top of page

5/5 | De taal van de macht: hoe regeerakkoorden ophielden met spreken

  • 26 jun
  • 2 minuten om te lezen

Er is een stille revolutie gaande in de taal van de Nederlandse macht. Ze verloopt langzaam genoeg om onopgemerkt te blijven, maar ze is fundamenteel genoeg om het karakter van de democratie te veranderen. Het gaat om de verschuiving van beloften naar begrippen.



De vroege Nederlandse regeerakkoorden klinken bijna onwerkelijk concreet. “Bevordering van den landbouw.” “Versterking van het gezinsleven.” “Ordelijke loonvorming.” Normatief, ja. Zelfs paternalistisch. Maar ook ondubbelzinnig. De burger wist waar het kabinet voor stond, en de politicus wist waarop hij kon worden afgerekend. Dat is de democratische functie van taal: het creëren van afrekenbare beloften.


In de jaren tachtig veranderde dat. Regeerakkoorden kregen de toon van een bedrijfsplan. “Doelmatigheid.” “Sanering.” “Ombuigingen.” “Efficiency.” Het was het vocabulaire van de accountant. Koel en functioneel. Maar het had een politieke bijwerking: het neutraliseerde ideologie. Bezuinigen werd niet langer een politieke keuze maar een technische noodzaak. De taal verhulde dat er verliezers waren.


Vanaf 2000 verschoof het register opnieuw, nu naar managementtaal. “Innovatie.” “Participatie.” “Transitie.” “Integraal.” “Samenhang.” “Uitvoeringskracht.” Deze woorden hebben gemeen dat ze altijd positief klinken en bijna nooit iets concreets beloven. Wie kan er tegen uitvoeringskracht zijn? Wie weerspreekt de noodzaak van samenhang? De taal is opgebouwd uit begrippen die brede steun genereren juist doordat ze niets betekenen.


De meest recente laag is de abstractste. “Brede welvaart.” “Bestaanszekerheid.” “Weerbaarheid.” “Strategische autonomie.” “Systeemverandering.” Dit zijn termen uit de wetenschappelijke en beleidsliteratuur, geleend om politiek gezag te verlenen aan vage intenties. Ze beschrijven complexe maatschappelijke wenselijkheden maar lenen zich niet voor afrekening. Je kunt een brug niet bouwen in brede welvaart. Je kunt er geen bejaardentehuis mee oprichten.


De verschuiving is niet toevallig. Concrete taal schept concrete verplichtingen. Abstracte taal schept bewegingsvrijheid. Naarmate coalitieakkoorden langer worden en politieke polarisatie toeneemt, hebben kabinetten belang bij formuleringen die ieders steun winnen zonder ieders belang te verraden. De taal is niet vaag bij toeval. Ze is strategisch vaag.


Dat heeft een democratische kostprijs. Als politici niet meer spreken in controleerbare beloften maar in abstracte opgaven, wordt het onmogelijk om hen te beoordelen op hun resultaten. Elke mislukking kan worden geduid als een stap in de goede richting. Elke crisis wordt een kans om de systeemverandering te versnellen. De politiek ontsnapt aan afrekening via de taal.


De vraag voor het schaduwkabinet

Democratie vereist afrekenbare beloften. Als politieke taal stelselmatig wordt ontworpen om vaagheid te institutionaliseren, is dat geen communicatiestrategie. Het is een aanslag op de democratische functie van verkiezingen. Het schaduwkabinet vraagt: zijn wij als burgers en analisten in staat de taal van de macht te decoderen, en wie heeft belang bij ons onvermogen om dat te doen?

Opmerkingen


bottom of page